Ik ben op een bijeenkomst in Utrecht. Vooraf heb ik de organisatie gevraagd of de ingang, wc’s en ruimtes bereikbaar zijn zonder trappen. Komt goed: alles is gelijkvloers. Maar dan besluit de organisatie spontaan om buiten te lunchen vanwege het mooie weer. Een trap houdt me tegen, dus ik blijf boven. Tot ik een rug krijg aangeboden. Van een onbekende. Ik moet een drempel over om hierop in te gaan. Maar zodra ik op zijn rug naar beneden ga, geniet ik van dit grappige en intieme moment.
stress
Een wc waarvoor je toch een trap af moet. De gereserveerde parkeerplaats, die door iemand is bezet. Een zware deur, die ik nauwelijks open krijg. Een ruimte die toch verder is dan ik eigenlijk kan lopen. Een lift die het niet doet. Een terrein waar je met een auto niet op mag. Zoveel situaties die het stressvol en belastend maken om naar een nieuwe plek te gaan.
Kan ik traplopen vermijden? Kunnen we dichtbij de hoofdingang zitten om te overleggen? Kan ik dichtbij parkeren? Zomaar wat dingen die ik vooraf regel. Maar hoe goed ik dingen ook voorbereid, ik ontdek de drempels pas ter plekke omdat de meeste mensen niet goed kunnen inschatten wat een obstakel kan zijn.
schone schijn
Toch merk ik ook dat het voordelen heeft. Ik krijg meteen een heel ander gesprek met nieuwe mensen, als we samen de obstakels tackelen en we het hebben over dingen waar we moeite mee hebben. Geen schone schijn, gewoon mensen onder elkaar.